01 · Gereguleerde sector
Financiële instellingen.
Aan de top telt niet volume, maar kaliber. Van banken en verzekeraars tot pensioenfondsen — toezicht waar de toetsing zwaar weegt.
Drie gereguleerde werelden, elk met een eigen taal die wij spreken.
Wij kennen de toetsing, niet alleen de functie.
Aither — Αἰθήρ — de hoogste sfeer.
Wet op het financieel toezicht · DNB · AFM · ECB (SSM) · Beleidsregel geschiktheid 2012 · Pensioenwet · Solvency II · CRD/CRR
- Geen generalist
- Wij kennen de toetsing per sector, niet alleen de functie — en het verschil tussen het werven van een bestuurder en een commissaris, elk met een eigen geschiktheidskader en eigen toezichthouder.
- De toezichthouder verschilt per huis
- Bij banken en verzekeraars toetst DNB, met de AFM in adviserende rol; bij grote banken is de ECB de poortwachter. Bij pensioenfondsen toetst DNB; bij beleggingsondernemingen en vermogensbeheerders de AFM. Wij weten wie aan welke tafel zit.
- De toets is geen formaliteit
- Elke beoogde bestuurder en commissaris wordt vóór benoeming getoetst op geschiktheid én betrouwbaarheid. Zonder positief besluit geen aantreden. Wij dragen pas voor wanneer een kandidaat die toets kan doorstaan.
- Geschiktheid is collectief én blijvend
- Getoetst wordt op kennis, bestuur, integere bedrijfsvoering, evenwichtige besluitvorming en voldoende tijd — niet alleen individueel, maar ook als raad. En de geschiktheid geldt de hele zittingstermijn: de toezichthouder kan hertoetsen.
Een financiële instelling deelt haar koers met toezichthouders die vooraf instemmen.
Banken & verzekeraars
DNB toetst op prudentiële soliditeit; voor significante banken is de ECB de gatekeeper binnen het SSM.
Pensioenfondsen
DNB toetst bestuur en intern toezicht; de Wet toekomst pensioenen zet het hele governancemodel onder druk.
Beleggen & vermogensbeheer
De AFM toetst beleidsbepalers; gedrag, zorgplicht en MiFID II bepalen het kader.
Toezicht in deze sector is balanceren tussen prudentiële soliditeit, gedrag en een bindende toets vóór benoeming — binnen een kader dat per type instelling verschilt. Wij beginnen daarom niet bij de kandidaat, maar bij de raad: samenstelling, collectieve geschiktheid, zittingstermijnen en de competenties die de toezichthouder nog zal missen. Dan pas dragen wij voor.