Twee werelden bepalen het antwoord: de genormeerde, waar de wet het maximum stelt, en de vrije, waar de aandeelhouder dat doet. Wie de bedragen naast elkaar legt, ziet vooral wat toezicht in Nederland wérkelijk vergoedt: verantwoordelijkheid, geen uren.
De genormeerde wereld: WNT
Voor (semi)publieke instellingen stelt de Wet normering topinkomens het plafond. Het algemene bezoldigingsmaximum voor 2026 is €262.000 (2025: €246.000). Toezichthouders zijn daaraan gekoppeld met een vast percentage:
| Rol | Norm | Maximum 2026 |
|---|---|---|
| Voorzitter RvT/RvC | 15% van het bezoldigingsmaximum | €39.300 |
| Lid RvT/RvC | 10% van het bezoldigingsmaximum | €26.200 |
Let wel: dit zijn maxima, geen tarieven. Instellingen die onder een sectorale klassenindeling vallen, rekenen met het — vaak aanzienlijk lagere — maximum van hun eigen klasse.
Woningcorporaties: de klasse bepaalt, de beroepsregel matigt
Corporaties kennen een eigen regeling met bezoldigingsklassen (A tot en met H), gekoppeld aan omvang. De klassemaxima zijn per 1 januari 2026 met 6,3% verhoogd; de bedragen per klasse staan in de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen toegelaten instellingen volkshuisvesting (Staatscourant, oktober 2025).
Daarbovenop geldt iets dat buiten de sector weinig bekend is: de VTW-beroepsregel adviseert soberder dan de wet toestaat — maximaal 12% van het klassemaximum voor de voorzitter en 8% per lid, met een plafond van 52% voor de raad als geheel. Waar de WNT 15% en 10% toestaat, kiest de sector zelf voor minder. Dat zegt iets over de aard van het werk: toezicht op publiek vermogen is dienstbaar, en de vergoeding hoort dat te weerspiegelen. Wie de zetel voor het bedrag zoekt, zit hier verkeerd — dat schreven wij al eerder.
De vrije wereld: beursfondsen, private equity, familiebedrijven
Beursfondsen — Geen wettelijk maximum; de aandeelhoudersvergadering stelt de vergoeding vast. De bandbreedte is groot: van enkele tienduizenden euro's voor een lid bij een smallcap tot ruim boven de €100.000 voor de president-commissaris van een AEX-fonds, zeker waar commissiewerk (audit, remuneratie) apart wordt vergoed. [Indicatief — de precieze bedragen staan per fonds in het remuneratierapport; er bestaat geen centrale norm.]
Private equity — Vergoedingen zijn contractueel en vertrouwelijk, vaak met een dagtarief- of retainerstructuur en soms een belang. De vergoeding ligt doorgaans boven het genormeerde domein; daar staat een intensiteit tegenover die eerder aan een deeltijdfunctie raakt dan aan klassiek toezicht.
Familiebedrijven — De grootste spreiding van allemaal: van symbolisch tot marktconform. De eerste commissaris van een familiebedrijf onderhandelt niet alleen over een bedrag, maar over de vraag of de rol serieus is ingericht — een raad die niets mag kosten, mag meestal ook niets vinden.
Pensioenfondsen: geen WNT, wel een eigen soberheid
Pensioenfondsen vallen niet onder de WNT. Vergoedingen voor leden van raden van toezicht en niet-uitvoerende bestuurders worden per fonds vastgesteld, binnen het eigen beloningsbeleid en de kaders van de Code Pensioenfondsen. In de praktijk zijn ze gematigd ten opzichte van het tijdsbeslag — en dat tijdsbeslag is sinds de Wtp-transitie aanzienlijk. [Kwalitatief — per fonds verschillend; het beloningsbeleid is openbaar per fonds.]
Wat er tegenover staat
Wie de bedragen weegt, moet er drie dingen naast leggen. Het tijdsbeslag: 150 tot 250 uur per jaar is in gereguleerde sectoren eerder ondergrens dan gemiddelde. De verantwoordelijkheid: een commissaris is hoofdelijk aanspreekbaar op onbehoorlijk toezicht, en de toetsende instanties kijken tegenwoordig ook tussentijds mee. En de rekensom die daaruit volgt: per uur verdient vrijwel elke commissaris in het genormeerde domein minder dan in zijn hoofdfunctie. Dat is geen weeffout. Het is de bedoeling — toezicht is geen verdienmodel, en een raad die dat anders ziet, heeft een groter probleem dan zijn bezoldiging.
Verantwoording bij de cijfers
WNT-bedragen 2026: geverifieerd (Regeling per 1 januari 2026; algemeen maximum €262.000, voorzitter 15%, lid 10%). Corporatieklassen: verhoging 6,3% en VTW-percentages geverifieerd; bedragen per klasse in de Staatscourant. Beursfondsen en private equity: indicatieve bandbreedtes, geen centrale registratie. Deze pagina wordt jaarlijks in januari geactualiseerd.
Wie wij toelaten, weegt de rol — niet het tarief.