Raden putten uit dezelfde bekende namen, en coöptatie versterkt dat: wie er al is, draagt voor wie hij kent. Zo reproduceert het bestaande netwerk zichzelf, en blijft de vijver klein.
Toch is die vijver groter dan hij lijkt. Er zijn geschikte, getoetste mensen buiten de gebruikelijke namen, ze worden alleen niet gezien. Aither brengt ze in beeld zonder de lat te verlagen; vóórgetoetst betekent niet breder, het betekent beter gekeken.
En er is een wettelijke duw. Genderquota en diversiteitseisen vragen het tegendeel van “steeds dezelfde drie”. Een vóórgetoetste, diverse kring is hier geen ideaal maar een noodzaak.
Waarom coöptatie zo hardnekkig is
Het is geen luiheid. Een raad die een zetel moet vullen, draagt een risico dat zich slecht laat spreiden: één verkeerde benoeming vergiftigt de vergadering voor jaren. Tegen dat risico is een bekende naam de goedkoopste verzekering. Iemand die u hebt zien opereren, van wie u weet hoe hij reageert als het spannend wordt, is aantoonbaar veiliger dan een cv met betere papieren.
Die logica is verdedigbaar. Het probleem is dat zij zichzelf voedt. Wie voordraagt, draagt voor uit zijn eigen kring; wie wordt benoemd, komt in die kring; en de volgende voordracht komt uit dezelfde bron. Na drie rondes is de vijver niet kleiner geworden — hij is nooit groter geweest.
Er komt bij dat de zoektocht meestal onder tijdsdruk staat. Een vertrek wordt zelden een jaar vooruit aangekondigd. Wie binnen twee maanden een geschikte kandidaat moet voordragen, belt de mensen die hij kent. Dat is geen keuze, dat is een agenda.
De vijver is groter dan hij lijkt
Buiten de gebruikelijke namen zit een groep die op papier voldoet en in de praktijk nooit wordt gebeld: de tweede laag van grote organisaties, mensen die één stap onder de raad van bestuur hun hele carrière met governance te maken hadden. Directeuren van dochterondernemingen. Voormalig toezichthouders uit een aangrenzende sector. Mensen die een familiebedrijf door een opvolging hebben geloodst.
Zij ontbreken niet omdat zij zijn afgewezen. Zij ontbreken omdat niemand hun naam kent op het moment dat de vraag valt. Dat is een informatieprobleem, geen kwaliteitsprobleem — en informatieproblemen laten zich oplossen. Wie aan de andere kant staat en de eerste zetel zoekt, leest hoe die weging werkelijk verloopt in commissaris worden.
De valkuil is om dat op te lossen met volume. Een langere lijst helpt een raad niet; die verplaatst het weegwerk alleen naar de raad zelf, die er de tijd niet voor heeft. Vóórgetoetst betekent daarom niet breder. Het betekent dat er beter is gekeken, door iemand anders, vóórdat de vraag viel.
De wettelijke duw
Sinds de ingroeiquotum-wetgeving voor beursvennootschappen en de streefcijferregeling voor grote vennootschappen is de samenstelling van een raad geen interne aangelegenheid meer. Er moet over worden gerapporteerd, en een raad die er niet in slaagt moet uitleggen waarom.
Dat verandert de aard van het gesprek. "Wij konden niemand vinden" is geen verklaring meer maar een bekentenis: het zegt iets over de zoekmethode, niet over de markt. En voor gereguleerde instellingen komt daar de geschiktheidstoets bovenop, die naar de raad als geheel kijkt. Een raad die op elk profiel dezelfde vijf namen produceert, komt daar op enig moment mee in de knel.
Wat een voorzitter kan doen
De praktische zet is klein: begin de zoektocht niet bij namen maar bij het profiel, en schrijf dat profiel op vóórdat er iemand wordt genoemd. Zodra de eerste naam valt, buigt de discussie zich naar die persoon toe en wordt het profiel achteraf naar hem toegeschreven. Iedereen heeft dat wel eens zien gebeuren.
De tweede zet is nog kleiner: vraag bij elke voordracht wie er níét is overwogen, en waarom niet. Dat is een ongemakkelijke vraag, en precies daarom nuttig.
Blijft de uitkomst dan alsnog een bekende naam, dan is dat prima. Het verschil is dat het dan een keuze was.