Een koperen pen rust op een ruwe schets, met op de achtergrond twee silhouetten van bestuurders aan het raam

Inzichten · Governance & strategie

Proeven of meekoken?

Oordeel

Over toezicht in de bestuurskamer, in het tijdperk van AI.

Kwaliteit

Wij schrijven wanneer we iets te zeggen hebben, niet vooropgezet.

De naam

Aither — Αἰθήρ — de hoogste sfeer.

Juni 2026 · 6 minuten · Marc Magrijn

De raad van commissarissen kruipt steeds dichter op de strategie — vroeger meedenken, eerder aan tafel. Dat is winst voor het toezicht, tot doorleven verandert in meeschrijven. Wie zelf heeft meegedacht over een plan, beoordeelt het zelden nog scherp.

Een directeur zei laatst tegen me: “De raad zit er tegenwoordig bovenop.” Hij bedoelde het als klacht. Ik hoorde er iets anders in.

Er is iets aan het verschuiven in de bestuurskamer. Waar de raad van commissarissen lang op afstand stond, zie ik hem de laatste jaren steeds dichter op de strategie kruipen — niet meer wachten op een vergaderstuk, maar vroeg meedenken over de richting. Dat is goed. Maar er zitten aandachtspunten bij die ik te weinig terug hoor.

Hoe het vroeger ging

De raad kwam een paar keer per jaar bijeen, de directie leverde een stuk aan, en de raad stelde vragen die zelden de kern raakten. Toezicht op afstand — en we bedoelden er iets verwijtends mee. De raad als formaliteit achteraf, het stempel onder een besluit dat allang genomen was. Daar wilden we vanaf, en terecht: een raad die pas wakker wordt als het misgaat, is geen toezicht maar decor.

Dus kwam de slinger de andere kant op. De governance-codes, de lijn-Tabaksblat en alles wat daarna kwam, duwden ons richting een raad die meedenkt, die vroeg aan tafel zit, die de strategie doorleeft. Die beweging versnelt nu opnieuw.

Waarom dit winst is

Een raad die de strategie niet voelt, kan onmogelijk beoordelen of de directie de juiste koers vaart. Doorleven is geen luxe — het is voorwaarde voor goed toezicht. Dat verdient de nadruk, want de ontwikkeling wordt vaak als bedreiging gebracht, en dat is ze niet. Een raad die de strategie echt begrijpt, stelt betere vragen, ziet eerder waar het schuurt, en voegt waarde toe op het moment dat het ertoe doet. De richting die we op gaan, is de goede.

Waar het gaat schuren

En toch. Doorleven en meeschrijven zijn niet hetzelfde, en daar zit het aandachtspunt.

Hoe dichter de raad op de strategie zit, hoe groter de kans dat hij iets opgeeft wat hij juist moet bewaken: zijn onafhankelijke positie. Wie heeft meegedacht over de richting, een aanname heeft helpen vormen, een formulering heeft bijgeschaafd, beoordeelt straks in zekere zin zijn eigen werk. En je bent kritischer op andermans plan dan op het plan waar je eigen naam onder staat. Dat is geen onwil — dat is menselijk. Je keurt niet graag het vlees dat je zelf hebt klaargemaakt.

Dat is de spanning waar ik aandacht voor vraag. Niet omdat het structureel misgaat — dat weet ik niet en zou ik niet durven beweren. Maar omdat de beweging die ik toejuich precies dit risico met zich meedraagt. Hoe betrokkener de raad, hoe bewuster hij moet blijven van waar zijn rol ophoudt.

Het ongemak van de directie

Er is nog een kant: de directie die ongemak voelt zodra de raad actiever wordt, zeker als er een nieuw lid toetreedt dat het serieus neemt. Er komen vragen die niet in het script stonden, het tempo zakt, iets dat al klaar leek gaat terug de kamer in. Dat voelt als wantrouwen, soms als controleverlies. Begrijpelijk: een bestuurder die jaren met grote vrijheid heeft geopereerd, voelt een actieve raad als een rem.

Maar dat ongemak is meestal een goed teken. Een directie die moeiteloos langs haar raad glijdt, heeft geen raad die zijn werk doet. De frictie die ontstaat als een serieuze commissaris toetreedt, is geen storing in het systeem — het is het systeem dat begint te werken. De vraag is niet hoe we die frictie wegnemen, maar of beide kanten volwassen genoeg zijn om hem te dragen.

Wanneer het wel werkt, en wanneer niet

Het werkt als de raad de strategie volledig begrijpt, maar er nadrukkelijk niet de pen in heeft gehad. De directie maakt de strategie, de raad weegt haar, en beiden weten waar die grens loopt. De raad mag alles vragen, alles ter discussie stellen, het vuur na aan de schenen leggen. Maar het potlood blijft bij de directie. Dichtbij in begrip, op afstand in rol.

Het werkt minder zodra die grens vervaagt — als de commissaris zichzelf medebedenker gaat vinden, of als de directie de raad gebruikt om straks de verantwoordelijkheid te kunnen delen. Dan ontstaat een gezelligheid waarin niemand meer echt toetst. Dat is het soort governance dat er goed uitziet op papier en het laat afweten op het moment dat het telt.

Tot slot

De beweging naar een betrokken raad is de goede. Ik geloof daarin. Maar betrokkenheid en afstand zijn geen tegenpolen die elkaar uitsluiten — ze moeten naast elkaar bestaan in dezelfde mensen. De beste raden die ik ken zoeken die spanning op in plaats van haar te ontlopen. En ze stellen zichzelf bij elke strategie dezelfde vraag, die u zich ook mag stellen: zit ik hier om mee te koken, of om te proeven?

Aither Network

Wij beoordelen commissarissen, toezichthouders en bestuurssecretarissen persoonlijk — niet alleen op cv, maar op het vermogen om precies dit onderscheid in de praktijk te bewaren.

Marc Magrijn
Marc Magrijn · LLM · MSc Juni 2026